De nieuwste dimensie
Agenda|Nieuws|Contact|Sitemap|Zoeken|USG Juristen portal
OVER USG JURISTEN Overheid Bedrijfsleven, Onderwijs en Zorg

Carrière Vacatures
Inschrijven nieuwsbrief >

Modernisering van het medisch tuchtrecht: een vooruitgang?

Het kabinet is voornemens een Kaderwet tuchtrecht (hierna: de Kaderwet) in te voeren die moet leiden tot meer uniformiteit in het tuchtrecht voor de wettelijk gereglementeerde beroepen (zoals artsen, advocaten en notarissen). Deze wet heeft ook gevolgen voor het medisch tuchtrecht, dat is geregeld in de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Tevens wordt de Wet BIG naar aanleiding van haar evaluatie op verschillende punten gewijzigd. Komen deze ontwikkelingen het medisch tuchtrecht ten goede? De belangrijkste wijzigingen zullen hierna worden besproken.

Politieke ontwikkelingen
In zijn brief van 17 november 2008 aan de Tweede Kamer (1) heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (hierna: de minister) uiteengezet hoe hij de modernisering van het wettelijk tuchtrecht in de gezondheidszorg wil vormgeven. Bij verslag van 7 mei 2009 heeft de minister gereageerd op de vragen en opmerkingen van enkele fracties van de Tweede Kamer (2) , die waren ontstaan naar aanleiding van bovengenoemde brief. Aan de hand van deze twee stukken worden hieronder de belangrijkste veranderingen voor het tuchtrecht in de gezondheidszorg besproken.

Tuchtrecht versus klachtrecht
Het tuchtrecht en het klachtrecht zijn twee van de verschillende vormen van rechtshandhaving in de Nederlandse gezondheidszorg. In het tuchtrecht handhaaft de beroepsgroep haar eigen normen en regels. Het klachtrecht onderscheidt zich van het tuchtrecht doordat geen rechter eraan te pas komt. In het klachtrecht kan een patiënt zijn onvrede over de geleverde zorg door een onafhankelijke instantie laten toetsen. (3) Het wordt doorgaans dan ook als laagdrempeliger beschouwd dan het tuchtrecht.

Waar bij het klachtrecht de individuele genoegdoening van de klager centraal staat, heeft het tuchtrecht als doel het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening door de beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG. Bespreking van een klacht van een patiënt, bijvoorbeeld met de beroepsbeoefenaar, kan een tuchtrechtelijke procedure voorkomen. De minister wil deze, meer informele, bespreking tussen arts en patiënt dan ook bevorderen ter voorkoming van een procedure bij de rechter. Hij stelt een dergelijk gesprek echter niet verplicht voor de toegang tot de tuchtrechter. Naar mijn mening terecht, nu de relatie tussen bijvoorbeeld arts en patiënt in bepaalde omstandigheden dermate verstoord kan zijn, dat van een patiënt niet verlangd kan worden dat hij met de arts, die volgens hem een fout heeft begaan, om de tafel gaat zitten.

Om toch te voorkomen dat te gemakkelijk tuchtrechtelijke procedures worden gestart, wordt in de Kaderwet een bepaling opgenomen waarin de klager wordt verplicht aan te geven of en zo ja, welke stappen hij heeft ondernomen alvorens naar de tuchtrechter te stappen. De tuchtrechter krijgt, indien de klacht hier niet eerder is behandeld en de klacht hiervoor naar zijn mening in aanmerking komt, de bevoegdheid  de klacht door te zenden naar de betreffende klachteninstantie (bijvoorbeeld de klachtencommissie van een ziekenhuis). Dit laat hij echter achterwege wanneer de klager gegronde redenen aanvoert waarom de klacht direct door de tuchtrechter dient te worden behandeld. Dit verschilt logischerwijs van geval tot geval. Naar mijn mening is het voor zowel de klager als de beroepsbeoefenaar een goede zaak dat op deze manier wordt getracht een klacht zonder tuchtrechtelijke procedure af te doen.

Tuchtproces
Onder de huidige regelgeving kan de klager niet in hoger beroep, indien de tuchtrechter in eerste aanleg de klacht gegrond heeft verklaard, maar naar de mening van de klager een te lichte maatregel heeft opgelegd. De minister acht het feit dat hiermee de zaak zou zijn afgedaan onbevredigend voor de klager en wil daarom een beroepsrecht voor beide partijen invoeren. De vraag is of hij hier niet het doel van het klachtrecht, namelijk de individuele genoegdoening van de klager, onterecht laat prevaleren boven het doel van het tuchtrecht, te weten het bevorderen en bewaken van de beroepsuitoefening door de beroepsbeoefenaren.

Wat betreft de samenstelling van de tuchtcolleges wil de minister – ter bewaking van het juridisch oordeel – vasthouden aan twee juristen en drie leden-beroepsgenoten voor de regionale tuchtcolleges en drie juristen en twee leden-beroepsgenoten voor het centraal tuchtcollege. Hiermee gaat hij aan het evaluatierapport van de Wet BIG (4) voorbij, waarin aan het inhoudelijk-professioneel oordeel meer waarde wordt gehecht dan het juridisch oordeel. Daarin werd namelijk aanbevolen –ter vergroting van het inhoudelijk-professioneel draagvlak van de tuchtrechtelijke beslissingen – in het regionaal tuchtcollege een jurist te vervangen door een lid-beroepsgenoot.

Voorts moet het in de toekomst mogelijk worden een klacht in te dienen tegen een collectief van beroepsbeoefenaren. Te denken valt hierbij aan een team van artsen die een patiënt hebben behandeld. Het voordeel hiervan is dat voor het indienen van een klacht de patiënt dan niet meer precies hoeft te weten welke arts de fout heeft gemaakt, nu dit niet altijd duidelijk is.

Maatregelen
Ingevolge artikel 48 van de Wet BIG kunnen de volgende maatregelen jegens een beroepsbeoefenaar worden opgelegd:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. geldboete van ten hoogste € 4500;
d. schorsing van de inschrijving in het register voor ten hoogste één jaar;
e. gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid in het register ingeschreven staande het betrokken beroep uit te oefenen;
f. doorhaling van de inschrijving in het register.

Een voorstel van het kabinet is de tuchtrechter de bevoegdheid te geven om schadevergoeding op te leggen tot de hoogte van de competentiegrens van de kantonrechter in handelszaken (nu € 5000,-). Nu het medisch tuchtrecht ziet op het bewaken van kwaliteit, ben ik het met de minister eens dat een tuchtrechter niet de bevoegdheid moet krijgen om een schadevergoeding op te leggen aan een beroepsbeoefenaar. Wat hij – terecht – wel mogelijk wil maken is het gegrond verklaren van een klacht zonder het opleggen van een maatregel. Dit is momenteel niet wettelijk vastgelegd, maar heeft wel al enkele malen plaatsgevonden. Als voorbeeld noemt de minister hiervoor de situatie waarin de “fout” van de beroepsbeoefenaar zeer klein is, maar de optelsom van zijn handelen of nalaten wel leidt tot een gegronde klacht. Het feit dat dit onder het huidige recht niet kan, verklaart mogelijk het hoge percentage ongegronde klachten: terwijl het geheel van gebeurtenissen in een bepaald geval zou hebben geleid tot een gegronde klacht, wordt de klacht toch ongegrond verklaard, omdat het opleggen van een maatregel aan een beroepsbeoefenaar als onrechtvaardig of disproportioneel wordt beschouwd.

Conclusie
Mijns inziens leidt de modernisering van het medisch tuchtrecht tot positieve veranderingen. Enerzijds wordt hierbij voldoende rekening gehouden met de klager, in de meeste gevallen een patiënt, die als zwakkere partij kan worden beschouwd. Anderzijds blijft het medisch tuchtrecht op deze manier efficiënt en bestaat er evenwicht tussen al te gemakkelijke toegang en juist een te hoge drempel.

 1) Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 700 XVI, nr. 89.
 2) Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 700 XVI, nr. 151.
 3) J.C.J. Dute en H.E.G.M. Hermans (red.), Regulering van de Gezondheidszorg, Maarssen: Elsevier gezondheidszorg, 2000.
 4) Cuperus-Bosma e.a., Evaluatie Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg, ZonMw, oktober 2002.

« Terug naar nieuwsoverzicht

De volgende dimensie juristen
© 2009 | Disclaimer | Privacystatement
Website Reclamebureau Connexx
Vestiging Utrecht | Euclideslaan 251 | Postbus 602 | 3500AP Utrecht | T: 030-2305959 | F: 030-2331712
Vestiging Den Haag | Koninginnegracht 60 | 2514AE Den Haag | T: 070-3129888 | RSS